Ik vind het leuk om zo nu en dan nog door mijn oude basisschoolrapporten te bladeren, nieuwsgierig naar de opmerkingen die ik kreeg van docenten. Als ik die uit groep 1 en 2 bekijk, is het een opvallende, confronterende reflectie op mijn vroegere ik. ‘Olivia vertelt niets’, blijft wel mijn favoriet. Om hulp vragen vond ik lastig, en terughoudendheid, passiviteit, moeheid en houterigheid kwamen ook regelmatig voor. Zingen was blijkbaar een van mijn sterke kanten (wat ik betwijfel, maar goed) en ik had ‘een sterke wil’, terwijl ik me wel graag door anderen liet leiden? En gym vond ik leuk??? Hoe gaat dit allemaal over één iemand, over mij? Voor het grootste deel voelt het alsof ik een verhaal over een ander persoon teruglees.
Nee, ik heb geen vroegtijdige bijna-twintiger midlife crisis. Ik moest denken aan het feit dat ik een journalistieke studie volg om er uiteindelijk (en hopelijk) een beroep van te mogen maken. Als journalist is het een essentiële vaardigheid om vragen te kunnen en durven stellen, en het liefst dan ook de juiste. Het is daarom een ongemakkelijk feit dat ik lange tijd niet de moed kon verzamelen om vragen te stellen, vooral over rekenopgaven uit dat vervloekte oranje bijwerkboek. Pas vanaf mijn middelbare schoolcarrière ben ik gaan realiseren dat het helemaal niet dom of zwak is om hulp te vragen van een ander. Het is soms eng (zeker als de docent een Bulstronk-versie van Matilda nabootst, dan doe ik liever een beroep op een betrouwbare klasgenoot), maar menselijk en in de meeste gevallen heel leerzaam. Het is een van de moedigste dingen die een persoon kan doen.
Een vraag beantwoorden of eentje stellen uit nieuwsgierigheid, dat is nog steeds wel een uitdaging, tenzij ik iemand moet interviewen. Ik herinner me de ervaring van het ongemak tijdens de coronalockdowns met alle zwarte vierkanten en gedempte microfoons op mijn scherm. De lange stilte na de vraag van de docent waar niemand, of steeds weer die ene persoon, het antwoord op wilde geven. Als er een gastspreker op school was, spoorde ik mezelf aan met een ‘pak je moment, spit it out!’-motivatie, waar achteraf weinig van terechtkwam.
Dit studiejaar heb ik besloten om per werkcollege minstens één keer een vraag of antwoord voor de docent hardop, en niet alleen in mijn gedachten, uit te spreken. Tot nu toe is me dat ook aardig gelukt. Een hoorcollege gaat me dan weer te ver. Daar zit je al gauw met tientallen medestudenten in een grote zaal waarin je niet zeker bent of de docent, meestal met een microfoon in de hand, je überhaupt kan verstaan van zo’n afstand. Toch weet ik dat ik het kan. Ik heb de vaardigheden om mijn verhaal in geschreven woorden om te zetten en het zo te delen voor de hele wereld om erbij te kunnen. Ik ben nieuwsgierig en kan onderzoek doen. Daarom mag ik ook wel een beetje meer geloven in mezelf. Maar niet, absoluut niet in mijn zangkunsten!
Geef een reactie