Presentatie 

Ik hou niet van presenteren. En toch ben ik er, naar mijn eigen interpretatie, op wonderbaarlijke wijze goed in geworden. Een van mijn goede vriendinnen vertelde dat ik tijdens zo’n presentatie slim overkom. Ik weet ook niet precies wat het dan is dat mij ‘slim’ laat klinken of eruit laat zien, maar dat terzijde. Het voelt altijd als een soort ‘fake-it-till-you-make-it’ show, waarin je hoopt dat je de correcte voorbereide woorden op de juiste volgorde, zonder trilling in je stem en duidelijke articulatie, uit je mond kunt krijgen. Vlak voor zo’n presentatie als ik al voor het publiek sta, vraag ik me af of ik alles nog wel weet en niet opeens een black-out ga krijgen. Maar zodra het startschot van de docent klinkt, dwing ik mezelf kalm te blijven en gewoon te doen waar ik mijn best voor heb gedaan. Ik kijk eerst naar mijn slide en dan stromen de woorden er vanzelf uit. Ik pas dan de techniek toe van ‘over de hoofden van je publiek kijken’, om ongemakkelijk oogcontact te vermijden. Want nee, ik ga me niet voorstellen hoe ze daar zonder kleren zitten om het minder gespannen voor mezelf te maken (wie doet dat eigenlijk wel?).

Op de basisschool en middelbare school kreeg je vaak wel even de tijd om een presentatie voor te bereiden. Op de universiteit merk ik dat dat allemaal veel spontaner verloopt en je in de les zelf te horen krijgt dat je over een kwartier voor de klas moet staan. Laatst nog, toen moesten we een presentatie geven terwijl we niet eens hadden besproken wie er ging presenteren. We stonden gespannen voor de klas te wachten, elkaar aankijkend wie het woord zou nemen, en toen dacht ik, waarom ook niet? Ik ben niet de meest impulsieve spreker die alles uit haar duim kan zuigen zonder er goed over na te denken, maar soms als het noodzakelijk is en de stilte te lang aan blijft houden, ben ik bereid om uit mijn comfortzone te stappen en het gewoon maar te doen.

Wat me vooral opviel was dat juist meer uitgesproken, misschien zelfs extraverte, medestudenten het minder prettig vonden om te presenteren. Ik verbaasde me daar wel over. Zijn ze dan echt zo onzeker over zichzelf als ze binnen een universitaire context in het middelpunt komen te staan in vergelijking met andere situaties, of is hun karakter minder extravert dan verwacht? Zelfs een van de meiden met wie ik moest presenteren, van wie ik had verwacht dat die zou beginnen met praten, nam het initiatief niet. Frappant, hoe onzekerheden zich bij ieder in verschillende situaties op meerdere manieren uit, hoe subtiel dat ook mag zijn.

Presenteren vind ik echter niet het ergste wat er op aarde is. Debatten voeren, dan pas sta ik met mijn mond vol tanden zonder echt te luisteren naar wat voor argumenten de tegenstanders nou precies hebben geopperd. Ik vind het knap dat sommige mensen dit wél kunnen, dan moet je écht de moed hebben om voor jezelf op te komen, iets wat we allemaal goed kunnen gebruiken. Voor nu zeg ik: ‘Je bent op je best, als je bent wie je bent.’ Deze tegeltjeswijsheid is helaas niet afkomstig van mezelf, maar het toont aan dat het niet uitmaakt of je nou wel of niet van presenteren of debatteren houdt, en of je wel of niet onzeker bent. Je moet altijd je eigen weg volgen, want er zijn ook andere manieren om uit te blinken. Wees je eigen ster, kijk die heb ik zelf bedacht! (Hopelijk is dat niet al een bestaande uitspraak, want meer inspiratie en poëzie heb ik momenteel niet, misschien over twee weken.)


Plaats een reactie