Volwassen worden, het klinkt soms wel een beetje beangstigend. Meer verantwoordelijkheden, zelf ontdekken en met je aangeleerde vaardigheden proberen iets van je leven te maken. Terwijl bepaalde deuren sluiten, gaan er ook hele nieuwe werelden open. Je kunt studeren, geld verdienen, uit huis gaan en een eigen plek zoeken met een speciaal persoon, en alleen naar het buitenland reizen. Maar ik merk dat dat voor ouders soms nog best lastig is, in toenemende mate. En ja, natuurlijk moet je erop letten dat je kind geen foute of illegale zaken achter je rug om uitspookt, maar jongere generaties lijken steeds meer gekoesterd en beschermd te worden wat ten koste gaat van hun zelfstandigheid en volwassen ontwikkeling. Curling- en sneeuwploegouders die alle foute daden van hun kinderen wegpoetsen, of helikopterouders die zich continu zorgen maken over de veiligheid en prestaties van hun zoon of dochter. Zijn die wel verantwoord bezig?
Je kind niet alleen naar school willen laten fietsen, nog altijd met “ja” antwoorden op “Mag ik jou een Tikkie sturen?” en steeds meer kunnen monitoren wat kinderen doen via apps. “Lukt het, zal ik het even voor jou doen?” of “Wordt het niet te veel voor je?” lijken steeds populairdere uitspraken (ik spreek ook wel deels uit eigen ervaring). Ouders twijfelden in 2014 meer aan de opvoeding van hun kinderen dan in de jaren 90, blijkt uit een Amerikaans onderzoek.¹ En dat terwijl ze meer betrokken en liefkozender zijn en hun kinderen minder straffen dan een halve eeuw geleden. In eerste instantie vond ik dat best gek, maar de onderzoekers wijzen op (ja hoor, daar komt ie weer) sociale media die de verwachtingen van ouders over het grootbrengen van hun kind beïnvloeden. Er is meer maatschappelijke druk om aan de waarden en normen van vele en vele andere ouders te voldoen wat betreft een juiste opvoeding. Die druk resulteert in stress en vervolgens een overmatige betrokkenheid en controle. Risicovermijding en de ik-doe-het-wel-voor-je houding worden prioriteit: op latere leeftijd alleen op vakantie gaan met vrienden en alcohol consumeren, een helmplicht voor scooters, schoolresultaten en locatie continu kunnen volgen, kosten betalen, helpen met schoolverslagen schrijven, brengen en ophalen, de was doen, troep opruimen, boodschappen doen, eten koken… Het valt allemaal niet mee wat steeds meer ouders op hun bordje leggen om hun kinderen de optimale tijd van hun leven te schenken. Het is natuurlijk soms heerlijk om je ouders alles te laten regelen en zelf waardeer ik het enorm dat ik op die van mij kan rekenen. Je voelt je minder hulpeloos en alleen op de wereld en bouwt een goede band met elkaar op. Maar tegelijkertijd voelt het, te gretig? Te afhankelijk? Te kinderachtig misschien zelfs? Het creëert soms een minderwaardigheidscomplex, alsof ik zelf een paar van mijn eigen zaken niet zou kunnen regelen.
In het boek Help, ik heb een puber! van Kluun worden vier soorten ouders beschreven: het beschermende, pamperende buideldier, de strengere neushoorn met duidelijke regelgeving, de relaxte struisvogel die iedereen zijn gang laat gaan en de volwassen ouder die het buideldier en de neushoorn afwisselt. Mijn eigen ouders zou ik in de “volwassen ouder”-categorie indelen, waar ik zelf zeer tevreden over ben, maar het buideldier kan zo af en toe nog steeds wel de overhand nemen. Ik denk dan: “Houd die afhankelijkheid eigenlijk ooit op?” Hoe veroorloof ik me ooit een woning, hoe moet ik eigen verzekeringen betalen, een spaarrekening onderhouden, belastingen betalen of zelf vakanties boeken en regelen? Ik wil 17 jaar en onvolwassen blijven en tegelijkertijd toch kunnen voorbereiden op de toekomst om het met eigen bouwstenen te kunnen creëren. Ik wil kansen grijpen, in mijn eentje het diepe in durven springen om met de kennis die ik heb er het beste van te kunnen maken. Zonder mijn ouders voelt dat eng en ik sta er niet om te springen, maar het zal op een gegeven moment toch moeten. Zelfvertrouwen voor dit losmakende proces ontwikkelen wordt zeer bemoeilijkt zodra de ouder alles wilt doen. Zoals hoogleraar pedagogiek Loes Keijsers heeft gezegd moeten de psychologische zijwieltjes bij adolescenten er op een gegeven moment van af, net als de zijwieltjes op een fiets die je uiteindelijk losmaakt om je kind te leren fietsen.² Door jongeren uitdagingen te bieden, ervaringen te laten op doen en wijsheden te leren halen uit hun fouten, laat je ze veel meer nadenken over hun daden en acties dan wanneer alles voorgekauwd wordt. Zodra je kind niets of weinig kan doen om iets voor elkaar te krijgen, zal die onzekerheid en de angst voor kritiek toenemen. Ze worden dan porseleinen poppen die bij het kleinste duwtje al omver vallen en breken.
Hoewel autonomie van belang is, is een struisvogel geen haar beter dan een buideldier. Ik heb ooit gelezen dat als ouders hun kinderen volledig hun gang laten gaan, de kans op regelmatig liegen groter is. Wanneer jongeren altijd alles mogen, durven ze het sterke vertrouwen van hun ouders niet te breken op het moment dat ze foute dingen uitspoken. Liegen is dan makkelijker om de flexibele ouders zo relaxt te houden, maar van geen afspraken maken of grenzen stellen leer je natuurlijk ook helemaal niet om volwassen te worden. Een kind moet leren om respect en begrip te hebben voor anderen en niet alleen te kunnen doen wat hij of zij wil. Als ze bijvoorbeeld vanaf jonge leeftijd een mobiel krijgen en zonder enkele belemmeringen iedere dag alles kunnen downloaden en doelloos scrollen, zullen ze minder rekening houden met de behoeften van anderen en hoor je al gauw dat ze een beetje manieren moeten leren om “Ja, graag” en “Dankjewel” te kunnen zeggen. Ik zie dit ouderlijke struisvogelgedrag soms te vaak voorkomen met kinderen die in het openbaar staan te schreeuwen, klagen, met dingen gooien en niet naar anderen luisteren. Kun je je voorstellen, allemaal volwassenen die zich zo zouden gedragen, omdat ze gewoon niet anders weten?
Ouderschap en “het goede voorbeeld laten zien” is dan ook zeer ingewikkeld. Wat laat je je kinderen wel en niet toe en hoe ga je op een goede manier met ze om? Wat ik uit eigen ervaring van belang vind, is dat ouders duidelijke afspraken maken, ingrijpen wanneer het fout gaat en over situaties kunnen praten, maar hun opgroeiende kinderen ook de ruimte geven om bepaalde dingen zelfstandig aan te pakken, zeker bij pubers. Ze willen richting de volwassenheid aan kunnen tonen dat ze het “heus wel zelf kunnen” en kijken daarbij ook naar hoe hun ouders erop reageren. Van binnen zijn ze angstig en onzeker, dat willen ze vaak niet kwijt, en daarom is het zo belangrijk om als ouder vertrouwen uit te stralen om hun kind moed te geven. Beide personen moeten dan geleidelijk de knopen leren losmaken, want een kind wordt ter wereld gebracht om vervolgens steeds meer op eigen houtje verder te kunnen gaan en dat principe door te kunnen geven aan de volgende generatie. Je kunt nog steeds een hechte band blijven onderhouden, alleen op een minder pamperende manier. Dat is het leven, hoe angstig het ook mag wezen.
¹Glatz, T. en Buchanan, C.M. (2021). “Trends in parental self-efficacy between 1999 and 2014”. https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/13229400.2021.1906929#abstract
²De Volkskrant. (2024). “Om volwassen te worden, is het nodig dat jongeren zelfstandig aanrommelen en fouten maken”. https://www.volkskrant.nl/wetenschap/om-volwassen-te-worden-is-het-nodig-dat-jongeren-zelfstandig-aanrommelen-en-fouten-maken~b4b0695a/
Geef een reactie op Dasha Beltiukova Reactie annuleren