Zoals jullie weten heb ik een bijbaantje: ik werk als kassamedewerker in een winkel. En nou lijkt het misschien niet zoveel voor te stellen, maar toch leer je er een hoop van. Je leert jezelf aan om gemiddeld 8 uur achter elkaar samen te werken, te communiceren, je ervan te weerhouden om iemand met dweil en bezem uit de winkel weg te jagen, om stressbestendig te zijn en een betrokken houding te hebben, maar bovenal goed te kunnen kletsen met je collega’s en je thee op te drinken voordat die koud wordt (wat mij na 1,5 jaar nog steeds niet is gelukt…).
Je maakt altijd wel iets mee als je achter de kassa staat. Het zijn voornamelijk de klanten die heel, hoe zeg je dat, bijzonder kunnen zijn. Of juist heel onaardig. Ik ben er ontzettend dankbaar voor dat de meeste mensen gewoon respectvol en aardig doen, maar soms, och, dan sta ik toch verbaasd toe te kijken hoe iemand zich gedraagt. Ik had bijvoorbeeld (nog deze week) een klant die in gebrekkig Engels vroeg of ik een Uber voor hem kon regelen. Tijdens mijn werk. Vooral bij het PostNL-afhaalpunt met die pakketjes, daar kunnen mensen ongelofelijk chagrijnig zijn. ‘Maar hoezo kan je mijn pakketje niet vinden, er staat toch dat hij hier al is aangekomen? Nou, dat vind ik echt niet kunnen hoor, kan ik jullie manager spreken??’ (die overigens net gewisseld is van baan). De laatste paar keren toen we bijna tussen de pakketjes in de opslagruimte konden zwemmen, hadden we een bord voor het afhaalpunt gezet met de boodschap dat we geen enkel pakket, hoe groot of klein of smal of breed dan ook, konden aannemen. En toch werden mensen boos. Ze kwamen helemaal uit Verweggistan hier naartoe lopen (waarom zou je dan ook helemaal lopen, maar goed) en waren verontwaardigd over het feit dat ze precies een tijdstip hadden uitgekozen om hun pakket te brengen naar een afhaalpunt dat toevallig op dát moment al vol zat. Ze hadden het maar voor zichzelf eens moeten zien, dan hadden ze waarschijnlijk met een gebroken enkel terug naar huis moeten lopen van hun val over de torens van pakketten.
Er was ook een mevrouw (ik moet er nog steeds een beetje om lachen als ik eraan terugdenk) die haar pakket, op de allerlaatste dag dat het mocht, kwam retourneren. Ooh, die keek me met zo’n ziedende doodsblik aan, en dan kwam ze ook nog eens een pakje ophalen. Ik moest mezelf ervan weerhouden om niet in de lach te schieten, jeetje wat keek ze boos. Dan zijn er ook nog mensen die het tarief van het versturen van pakketjes en het laten zien van een legitimatiebewijs belachelijk vinden, of hun pakje kwijt zijn en denken dat ik daar wat aan kan doen; alsof ik bij de PostNL werk, haha, laat me niet lachen, ik zou dat voor geen seconde willen.
Er zijn ook mensen die heel kieskeurig zijn in het kopen van loten, of het nou staatsloten of krasloten zijn, en precies de goede eindcijfers willen om kans te maken op die prijs van duizend, of honderdduizend of weet ik veel hoeveel duizend of miljoen. Ik vind het altijd zo interessant dat ik dezelfde klanten iedere week weer terug zie komen om ze vervolgens te mogen vertellen dat ze een paar euro gewonnen hebben, oftewel flink verlies hebben gemaakt. En toch blijven ze kopen. En hopen. ‘Als ik nou net die nummers omgedraaid had, zou ik de Jackpot hebben gewonnen.’ ‘Ja ja,’ zeg ik dan. Alsof het niet al de miljoenste keer is dat je een miljoen probeert te winnen. Maar goed, ik heb eerder medelijden met deze mensen dan dat ik ze zou afsnauwen. Wat ik wel bijzonder vind, is dat ze denken dat ze hun 8-jarige kind een lot kunnen laten geven aan de kassière. Alsof je ze sigaretten of alcohol laat kopen voor je. Grappig, soms hebben ouders echt donkere humor.
En om het even mooi af te sluiten, zijn er ook veel klanten die het leuk vinden om één minuut voor sluitingstijd te arriveren voor een cadeaubon die tussen een van de tientallen cadeaubonnen aan de drie-meter-wand aan het begin van de winkel hangt, en alsnog een rondje door de winkel lopen en vragen: ‘Waar hebben jullie cadeaukaarten? Die hingen toch altijd hier aan deze wand?’ Ja, 1,5 jaar terug blinde koe. Als je je ogen gebruikt en de volgende keer niet als een idioot naar binnen komt stormen om een last-minute cadeau te regelen en onze op-tijd-naar-huis-gaan routine te verstoren, was het je heel misschien wel iets eerder opgevallen. Adem in, adem uit… ‘Ja, maar die hangen nu daar aan de drie-meter-wand als u de winkel binnenkomt en gelijk naar rechts kijkt.’ En dan rinkel ik met de sleutels in mijn hand, bezem ik klanten de winkel uit (niet letterlijk bedoeld, ik veeg regelmatig de vloer in de winkel, dus vandaar dat ik een bezemmetafoor gebruik), en gaan we weer naar huis. Zo simpel als dat.
Plaats een reactie