Je gedraagt je soms als vijanden van elkaar, soms als beste vriendinnen. Het valt niet mee om een grote zus te zijn. Je hebt het gevoel “het goede voorbeeld” te moeten geven, niet zomaar keihard te schreeuwen of te schelden, elkaar te helpen, naar de ander te luisteren, iets samen te leren. Maar hoe zou het dan voelen om de jongere zus te zijn? Heb je dan de druk om net zo goed te presteren als je zus of juist exact het tegenovergestelde te zijn, om op te vallen en aandacht te krijgen?
Af en toe heb je het gevoel niet door te dringen tot een ander. Je kan blijven doen en zeggen wat je wilt, maar het is, voor mij in ieder geval, niet zoals bij vriendinnen dat je altijd de bereidheid hebt om er voor elkaar te zijn, alleen als het noodzakelijk is. Je zweeft gewoon een beetje om elkaar heen, zit per toeval in elkaars leven en gaat daar op ieder zijn eigen manier mee om. Soms maak je het alleen maar moeilijker voor jezelf door telkens chagrijnig en kattig terug te doen naar elkaar. Maar zo nu en dan heb je die momenten waarop je denkt: “Jij bent zo slecht nog niet.” Je kunt jezelf zijn bij die zus: gek, moe, blij, vervelend, wat dan ook.
Ik stel me voor hoe het zou zijn om enig kind te zijn. Het is makkelijker met het minder hoeven delen van snacks en een tv, en aandacht is er voornamelijk voor één. Maar wie heb je dan om irritant tegen te doen, muziek mee in de auto te luisteren op vakantie of bij te zitten tijdens ongemakkelijke gelegenheden met vage kennissen? Zolang je niet op je telefoon zit en tijd voor elkaar maakt, kan het best gezellig zijn. Het is dan alsof je met een vertrouwd maatje je zorgen of onzekerheden kan delen, of gewoon stiltes kunt laten vallen zonder dat er schaamte ontstaat. Het is alsof je elkaar diep van binnen begrijpt zonder al te veel woorden te hoeven wisselen.
Het maakt het echter wel gecompliceerder wanneer het leeftijdsverschil groter is. Ik scheel bijna zeven hele jaren met mijn zusje. Zij net in de puberteit en ik al een student. Levensfases liggen hierdoor nogal uiteen, waardoor je elkaar weleens in de weg zit. Dan heb je weer het “wat heb ik nou aan jou”- gevoel, waarom zit je hier met de ander opgescheept onder één dak, wat valt er samen te doen? Het is soms onuitstaanbaar en vermoeiend, zeker als iemand nooit opruimt of schoonmaakt (subtiele hint voor degene die dit eventueel ooit gaat lezen), maar tegelijkertijd ben je al aan elkaar gewend en ga je ieders gebreken accepteren.
Misschien dat mijn zusje en ik elkaar beter kunnen vinden in soortgelijke levensfases, dat hoop ik tenminste. We hoeven niet allebei zo volwassen en serieus te worden, maar het belangrijkste is dat we samen kunnen blijven lachen, huilen en delen om elkaar te herinneren aan de speciale zusterband die we delen. Het is een kwestie van tijd, energie en heel, héél veel geduld.
Plaats een reactie